Terug naar bijzondere verhalen

© Gebruik niets van deze site zonder toestemming van de auteur!

 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 mijn oma Balkbrug.........
 
 
Heimwee
 
Soms kan het je zo ineens overvallen. Heimwee!
Heimwee naar mensen die er niet meer zijn. Iemand die je lief had. Waar je nog graag een keer mee zou willen praten over de gewone dingen. Over hoe het nu met je gaat en over herinneringen. Zo’n moment had ik gisteravond. Ik werd overvallen en ik weet niet eens meer waardoor het kwam. In gedachten zat ik weer bij mijn oma en binnen een minuut rolden de tranen over m’n wangen, terwijl ik alleen in het donker in bed lag. Niemand die het zag, niemand die ik het hoef te vertellen en toch. De één schrijft een gedicht, de ander een liedje. Ik schrijf een stukje voor m’n site.………ik mis haar. Mijn oma.
 
Het is nu vijf jaar geleden dat ze overleed. Haar lichaam wilde niet meer, maar haar geest was nog helder. Ze was een oma van deze tijd. Ondanks dat ze al ver in de tachtig was, was ze jong van geest. Af en toe haalde ik haar een dagje op en dan zat ze te genieten hier in de tuin. Gewoon genieten van de natuur. Van een vogeltje dat rond fladderde of van een bloem waar een nieuwe knop aan kwam.
Die liefde voor de natuur heb ik van haar, denk ik wel eens.
Zij zag wat ik zag en samen wandelden we langs m’n plantjes, op zoek naar nieuw leven.
 
 
Mijn oma wilde alles nog meemaken. Internet diende zich aan en hoewel het haar allemaal abracadabra was, wilde ze toch ook wel weten hoe dat werkte.
Samen hebben we een email gemaakt, voor haar kleindochter die toen in Turkije woonde.
Met grote, dikke, zwarte koeienletters, omdat ze het niet meer zo goed kon zien. Ze had nog nooit achter een computer gezeten. Wat een lol hadden we samen. Ze viel van de ene verbazing in de andere. Maar het mooiste was dat ze zo blij was dat ze dit ook nog mee kon maken.
Niet meer een brief die een week onderweg was met de luchtpost, maar een email die over de wereld vloog en binnen enkele minuten leesbaar was aan de andere kant van de aardbol.
Dat genieten van dingen, heb ik van haar, denk ik wel eens.
 
Toen we net een hangmat hadden, wou ze dat ook wel even proberen. Dat leek haar wel wat! Niemand in het bejaardentehuis waar ze woonde, zou het gewaagd hebben, maar mijn oma wurmde zich met haar oude lijf, giechelend als een puber, in dat wiebelende net. Voordat ze er in lag, pieste ik bijna in m’n broek van het lachen. En m'n oma gierde mee.
Kussentje erbij…..en daar lag ze. Voor het eerst van haar leven deed ze haar middagdutje in een hangmat.
Ik was trots op haar. Dát was mijn oma die daar lag. Wat een heerlijk mens!
Die gekke fratsen heb ik ook van haar, denk ik wel eens.
Humor geeft je leven glans, het houdt je bij de tijd en behoedt je voor de ondergang. Niet klagen, maar dragen was één van de gezegdes die ik mijn oma nog steeds zó hoor zeggen.
 
En ook dat was mijn oma. Een mens van gezegdes. Ze had er een boek vol van kunnen schrijven. De ene na de andere vloog over tafel. Waar ze ze altijd vandaan toverde weet ik niet, maar feit is dat ik er mee opgegroeid ben en het zó vanzelfsprekend is geworden, dat ik ze nu zelf regelmatig gebruik en ze af en toe in mijn verhalen zet.
Die gezegdes horen bij mijn oma en nu ook een beetje bij mij.
 
Creativiteit heb ik ook van haar, denk ik wel eens.
Ze was altijd bezig met breien, haken, prutsen en vond alles interessant als het om handwerken of zelfgemaakte werkstukken ging. Ze heeft twintig jaar geleden, toen we net gingen samen wonen, mijn eerste dekbedovertrek aan elkaar genaaid. Met de hand!
Ik heb hem nog steeds, hoewel ik hem nauwelijks meer gebruik. Hij blijft in de kast liggen, ter nagedachtenis aan haar. Ik kan hem niet wegdoen.
Ik heb haar naaikistje gekregen van een tante, nadat al haar spulletjes waren verdeeld. Zij dacht dat ik er misschien wat mee had. Huilend heb ik het die dag wel tien keer op schoot genomen. Alle klosjes garen die er in zaten herkende ik. Het tornmesje, het minischaartje, de ijzeren vingerhoed en haar zelfgemaakte speldenkussentje. Ze zijn me allemaal dierbaar. Ik koester het en regelmatig maak ik gebruik van haar spulletjes. Niet één keer zonder even aan mijn oma te denken.
 
Kon ik haar nog maar één keer spreken. Vertellen hoe het nu met ons gaat. Ze heeft Esmee nauwelijks gekend en Mireille niet op zien groeien. Ik wou dat ze Charon nu weer kon zien, hoe ze vooruit is gegaan. Want ook dat was mijn oma. Ze huilde met mij mee als het moeilijk ging. Niet hardop, maar met tranen in haar ogen als we afscheid namen. En ze was ook oprecht blij als het wel goed ging. Als Charon weer een stapje vooruit was gegaan en ze zag dat ik daar van genoot.
 “Fijn Rien”, zei ze dan met dichtgeknepen stem, terwijl ze tegen de tranen moest vechten. Mijn oma was een gevoelsmens.
Ik denk wel eens dat ik dat ook van haar heb.
Ongemerkt vullen mijn ogen zich met tranen. En terwijl ik niet weet hoe snel ik nu moet typen, om al die gedachtes vast te houden, glijden er dikke druppels langs m’n neus. Ik mis haar.
 
Toen ze overleden was, wist ik niet hoe ik het Charon uit moest leggen. Charon was bijna negen, maar wat er bij haar binnen kwam was nog lastig te bepalen. Ze sprak zelf nog nauwelijks en veel taal ging nog langs haar heen. Dit was de eerste keer dat Charon met de dood geconfronteerd werd.
 “Oma slaapt” zei ik tegen haar “en wordt nooit meer wakker”.
Charon was opvallend rustig en keek naar oma, die stil in de kist lag. Ik zag dat het wat met haar deed, dat er iets van besef was, maar wat?
Ik kon alleen maar hopen dat ze het snapte. Dat we nu nooit meer naar oma toe konden en dat oma niet meer bij ons kwam.
Even raakte ze haar hand aan, en toen rende ze weg. De gang in.
Ik bleef bij oma met dubbel verdriet. Omdat zij er niet meer was en ik niet wist hoe ik Charon ooit moest uitleggen dat er mensen om je heen, die je lief hebt, dood gaan en ze voor altijd uit je leven verdwijnen. Ook ik zal er op een dag niet meer voor haar zijn of  Freddy of mijn ouders. Hoe leg ik haar dat in godsnaam uit!
 
De volgende dag pakte Charon een foto die op tafel lag. Een portret van oma.
Ze staarde er naar en negeerde het lawaai van kinderstemmen om haar heen. Langer dan ik van haar gewend was, keek ze naar die foto.
Terwijl ik met ingehouden adem toekeek wat er gebeurde, zag ik dat ze plotseling de foto naar haar mond bracht. Ze gaf er een snelle kus op en zei toen één van de weinige woorden die ze kon zeggen.
 “Doei” ................en legde de foto terug op tafel.
Ze kon het niet duidelijker maken! Zo dóeltreffend, dat ene woord!
Ik was opgelucht, blij, verdrietig, ontroerd! Alles tegelijk!
Ze had het begrepen!
 
Mijn oma.
Oma Balkbrug noemden we haar.
Ik mis haar. Vandaag meer dan ooit!
 
 
 
Rina
December 2007
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Website is mede mogelijkgemaakt door www.seisveld.nl